‘Ik wil ook wat terugdoen’

Nico Bartels is inspecteur / controleur / handhaver bij een regionale overheidsvestiging. Vijf jaar geleden werd zijn vrouw volledig blind door een netvliesloslating in het ene oog en vlak daarna een falende oogzenuw in het andere oog. Ze kon van de ene op de andere dag niet meer zelfstandig functioneren. ‘Dan is er paniek en verdriet. Ze moest haar leven opnieuw beginnen met het bijbehorende rouwproces. Op mijn werk zeiden ze: ‘Je bent thuis harder nodig dan hier dus blijf voorlopig maar thuis’. Daar ben ik ze tot op de dag van vandaag dankbaar voor’.

‘De eerste maanden moesten we samen leren leven met de nieuwe situatie. Mijn vrouw is door Sensis (organisatie voor blinden en slechtzienden) enorm geholpen met het leren van braille, het lopen met een stok en met het doen van praktische dingen in huis. Ik moest natuurlijk wel de emotionele klap opvangen. Ik heb eerst calamiteitenverlof opgenomen, maar die twee weken waren volstrekt ontoereikend. Daarna waren ze op mijn werk vol begrip. Ik kreeg alle ruimte en kon gewoon thuisblijven’.

Zelf behoorlijk van de kaart

‘Ik bleef wel telefonisch bereikbaar voor mijn werk en ben na een tijdje via de e-mail een nieuwsbrief voor mijn collega’s begonnen: ‘Hoe is het in huize Bartels?’. Ik kreeg daar veel positieve reacties op. Mensen snapten beter waar ik mee bezig was. Uiteindelijk ben ik zeven maanden weg geweest. Ik was zelf ook behoorlijk van de kaart. Dus ja, hoe gaat dat? Mijn werk werd door collega’s opgevangen en na een maand of anderhalf zeiden ze op mijn werk: ‘We melden je ziek, dat is het simpelste’.

De bedrijfsarts wilde daar wel aan meewerken, maar toen die zélf ziek werd kwam er een vervanger en die zei: ‘Je bent al meer dan acht weken ziek. Er moet een plan van aanpak komen om je te reïntegreren anders kom je in de WAO’. Ik schrok daar enorm van’.

Stel je eigen grenzen

‘Mijn afdelingshoofd en het hoofd bedrijfszaken hebben dat traject nog een half jaar kunnen rekken. Die twee meiden hebben echt als leeuwen voor me gevochten. Daarna ben ik inderdaad rustig gaan reïntegreren aan de hand van een plan van aanpak. Inmiddels kregen we na veel moeite ondersteuning in de vorm van thuiszorg. Later kwam er ook een vrijwilligster van een MEE organisatie bij die met mijn vrouw boodschappen ging doen. Ik mocht rustig reïntegreren. Ze zeiden: ‘Stel je eigen grenzen’. Inmiddels werk ik gelukkig al weer een paar jaar vijf dagen in de week’.

Ik wil ook wat terugdoen

‘Ik heb nog wel een aantal privileges. Bij onze dienst maken we zoveel mogelijk gebruik van het openbaar vervoer of huurauto’s. Ik mag echter vaak mijn eigen auto gebruiken om snel naar huis te kunnen als daar iets gebeurt. Ook kan ik thuisblijven als dat nodig is, al komt dat nog hoogstens eens per maand voor en dan haal ik dat op een ander moment weer in. Ik heb een fantastische werkgever, maar daar moet je geen misbruik van maken. Bovendien wil ik gewoon lekker werken. Het is een goede afleiding van de zorg en ik wil ook wat terugdoen voor wat mijn organisatie allemaal voor mij gedaan heeft’.