‘Ik loop graag een stapje harder voor mijn werkgever’

Op een vrijdagmiddag, ruim vier jaar geleden, wordt de vrouw van Herman Langen (51) geschept door een bus. Het achterwiel van de bus verbrijzelt haar linkerarm. De arm zal nooit meer functioneren als vanouds. Sindsdien is Herman naast geliefde ook mantelzorger van zijn vrouw. ‘Onze liefde is intens en we zorgen goed voor elkaar. Dat is de basis voor mij om door te gaan.’

Herman’s vrouw is geopereerd in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen, op de afdeling waar hij werkt als anesthesiemedewerker. ‘In mijn werk heb ik normaal gesproken  een operatie en hup, je gaat door naar de volgende. Nu we een paar jaar verder zijn na de operatie van mijn vrouw en we thuis nog de gevolgen ondervinden, beseffen we hier op mijn werk pas echt hoeveel invloed een operatie op iemands leven kan hebben.’

Zelf zorgen

Na vier dagen in het ziekenhuis mocht de vrouw van Herman naar huis. Hij vertelt over deze beginperiode: ‘Je zit in een waan. Mijn vrouw had een trauma. Naast de emotionele en  psychische zorg, stond de wondverzorging van haar arm centraal. Daar kon je thuiszorg voor aanvragen, want dat was best een tour. Maar ja, ik ben verpleegkundige. Dat wilde ik zelf doen, dan kon ik de vooruitgang zien. Ik was er zoveel mogelijk voor haar.’

Dagelijkse zorg

Zijn vrouw stapt nooit meer een bus in, maar verder is ze emotioneel hersteld. De wondverzorging is nog een enkele keer per jaar. Wel heeft ze nog veel fysieke pijn. De dagelijkse zorg is ook gebleven. Voordat hij naar zijn werk gaat helpt Herman met wassen en aankleden. Hij zorgt dat zoveel mogelijk klaar staat, zodat ze overal bij kan.  Als hij thuis komt, dan kookt hij en doet het huishouden. ‘We schillen zelf geen aardappelen meer. Die koop ik kant-en-klaar.’ Nog steeds doet hij alles zelf, met af en toe wat hulp van zijn zoon die op dit moment weer even thuis woont. ‘Eén keer per jaar komt de thuiszorg. Dan ben ik een nachtje weg voor mijn werk voor de OR.’

Duidelijke afspraken

Thuiswerken is, behalve voor zijn OR werkzaamheden, niet mogelijk met zijn functie. Herman heeft wel afspraken met zijn werkgever om werk en mantelzorg te kunnen combineren. ‘Als er een probleem is thuis, waar ik bij moet zijn, kan ik dat onder werktijd doen. Soms begin ik wat later, of ik maak juist overuren, die ik weer inzet voor de zorg voor mijn vrouw. Als ik een probleem heb, dan leg ik het voor en vinden we samen een oplossing.’

Flexibel

In het jaargesprek bespreekt Herman met zijn leidinggevende de situatie. ‘Mijn leidinggevende toont betrokkenheid. Hij weet dat ik ontzettend flexibel ben. Ik loop ook graag een  stapje harder, omdat hij me tegemoet komt. Ik zeg tegen mijn leidinggevende: heb je nood aan de man, geen probleem. Dan kun je mij altijd bellen.’

Grenzen

Het leven van Herman bestaat voornamelijk uit werken en thuis zorgen. Is hij niet bang om overbelast te raken? ‘Daar heb ik pas nog een gesprek over gehad met mijn vrouw. Zij vindt dat ik tijd voor een eigen hobby moet maken. Vroeger liep ik graag hard, maar nu voel ik niet meer de drive daarvoor. Eerst thuis de boel aan kant. Het klinkt misschien heel oubollig, maar onze liefde is heel sterk. We zorgen goed voor elkaar. Dat is de basis voor mij om door te gaan. Volgend jaar zijn we 30 jaar getrouwd. En ik realiseer me dat het altijd erger kan. Er zijn mensen die meer zorg nodig hebben en mantelzorgers die het zwaarder hebben.’

Speerpunten uit het verhaal van Herman:

• ‘Zorg goed voor elkaar, dat is de basis om door te kunnen gaan.’
• Maak afspraken met je werkgever en vind samen oplossingen.
• ‘Als er een probleem thuis is, waar ik bij moet zijn, kan ik dat onder werktijd doen.’
• ‘Soms begin ik wat later, of ik maak juist overuren, die ik weer inzet voor de zorg voor mijn vrouw.’
• ‘Mijn leidinggevende weet dat ik ontzettend flexibel ben. Ik loop graag een  stapje harder, omdat hij me tegemoet komt.’
• ‘Ik realiseer me dat het altijd erger kan. Er zijn mensen die meer zorg nodig hebben en mantelzorgers die het zwaarder hebben.’